Jan soldaat bracht heel wat uurtjes poetsend door. “onderhoud plegen” heette dat.

 

Zodra de PSU uitgereikt was begon de terreur: koper poetsen, blencoën, schoenen poetsen…..het kader zorgde er wel voor dat dit zo vaak mogelijk uitgevoerd diende te worden. Had je net je koper blinkend en je hele PSU prachtig schoon kon je het weer zwart en vuil maken want je moest op tactische oefening. Tijgeren door de hei achter de kazerne. Na de oefening snel alles weer op orde maken om verdere ellende door bijvoorbeeld vocht te voorkomen. Ook uitrustingsstukken als het gasmasker, pioniersschep en etensblikken diende in uitmuntende staat te verkeren, m.a.w.rubbers schoon, oogglazen vuilvrij, geen korrel zand ergens op, in of tussen te vinden.

Je wapen was al helemaal een verhaal apart, ieder vuiltje, zandkorreltje, spoortje kruitslijm of lichte roest tijdens een inspectie was al funest voor het humeur. Niet alleen voor jou zelf maar vaak ook voor je hele kamer of peloton, tot groot plezier van het kader. Menig soldaat stond met z’n FAL of UZI onder de douche, garagepersoneel had iets meer geluk, die hadden de beschikking over kero en een luchtspuit.

 

 

Ook de legering diende onderhouden te worden. Dagelijks de legeringskamer netjes opruimen en vooral veel vegen. Vlak voor het weekeinde de onvermijdelijke kamer-inspectie….vloeren boenen, PSU-kasten op de meest onlogische plekken stofvrij maken. en als extra de gangen, trappenhuis en toiletgroep vegen, soppen enz. enz.

Naast al dit gedoe had je dan nog de compagnies-uitrusting. Na een oefening was dit ook wel hard aan onderhoud toe. De gewone handlangers van de compagnie konden onder leiding van de beheerder dagenlang in het as-hok 3 vatensystemen, keukenuitrustingen, verbindingsdienst materiaal en allerlei andere uitrustingsstukken schoonmaken en waar nodig schilderen, licht inoliën of rubberdelen intalken. Tenten uitkloppen en schoonmaken, camouflagenetten ontdoen van bladeren en takken. De beheerder had maar 1 doel: “Alles Schoon, Droog en Ingetalkt”.

Chauffeurs en voertuigbemanningen waren verantwoordelijk voor hun voertuig…. En daar gaan we weer, schoonmaken , oliekansmeerpunten, vetten, schilderen (voor de zoveelste keer) , banden pompen, zeilen blencoën..…..Aanhangertje d’r bij? Mooi, schoonmaken, oliekansmeerpunten, vetten, schilderen (voor de zoveelste keer), banden pompen, zeil blencoën……

 

Al dit onderhoud werd natuurlijk regelmatig grondig gecontroleerd. Voor de correcte uitvoering en controle van het werk was in eerste instantie het kader verantwoordelijk. Het hogere kader inspecteerde dat dan weer regelmatig met onverwachtse PSU- en kamerinspecties

Jaarlijks, en zogenaamd onaangekondigd, verscheen de nachtmerrie voor menig Compagnies-Commandant ten tonele: De MIO (Materieel Inspectie Orgaan) De MIO was specifiek gericht op het materieel. Deze club, een groep adjudanten die 'morgens groepsgewijs opdoken uit een Volkswagen Combi, kon voor veel paniek zorgen in het dagelijkse kazerneleven van Jan Soldaat en z’n maten. Reken maar dat deze mannen uiterst precies controleerde hoe het met de onderhoudstoestand gesteld was…..Slecht onderhouden PSU/uitrusting/materieel en daardoor een slecht cijfer voor de Compagnies Commandant werkte direct door naar beneden. …

De DKO besteed aan het thema onderhoud uiteraard ook veel aandacht. Voor veel toeschouwers is het een feest der herkenning. Het zien van schoen- en koperpoetsen, schilderen en het ruiken van de bijbehorende muffe lucht van blenco zorgt altijd voor veel verhalen en opmerkingen.

De instructiefilm “de ondergang van de B-compagnie”, die vroeger al in de eerste week na opkomst vertoond werd aan de verse dienstplichtige soldaten, is in ons “PSU-onderhoud-display” een vast onderdeel.

 

De onderhoudsmiddelen die wij gebruiken zijn in principe dezelfde als vroeger.

Bruine of zwarte schoensmeer, de panty voor het optimaal uitpoetsen, Brasso koperpoets, het kleine blikje groene blenco, wapenolie, talkpoeder, we gebruiken het allemaal.

De voertuigonderhoudsgroep beschikt over PX-7 , het bruine,taaie,zuurvrije vaselinevet ter conservering van blanke metalen delen, diverse andere soorten olie en vet, het voor veel chauffeurs bekende gele accuwaterkannetje en verf (legergroen en andere kleuren).

Omdat we ook nog al eens lange termijn onderhoud doen zoals het bijvoorbeeld op de mobilisatiecomplexen gebeurde hebben we ook wat specifieke onderhoudsmiddelen uit die werkplaatsen. De twee bekendste zijn: Papje, PX-7 gemengd met conserveermotorolie zodat het goed smeerbaar werd en gebruikt werd om de oliekansmeerpunten van een voertuig mee in te smeren en een smeersel van talkpoeder en glycerine, speciaal voor rubbers. Tankbemanningen op herhaling waren de eerste dag herkenbaar aan hun witte streepkleding door de laag talk op de mangatrubbers…….