Duur missie: 25 oktober 1995 – 20 april 1999
Aantal militairen: 32
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen

Angola was sinds het einde van de 15e eeuw Portugees koloniaal bezit. De Angolese bevrijdingsbewegingen, MPLA en UNITA bleken na de dekolonisatie niet in staat samen een overgangsregering te vormen.

Nederlands aandeel in Central Mine Action Training School (CMATS) Angola

Nederland leverde voor de CMATS in Angola:

  • de plaatsvervangend commandant;
  • 2 instructeurs;
  • een cursusbegeleider;
  • 2 militairen van de Explosieven Opruimings Dienst (EOD);
  • een administratief officier;
  • een onderofficier.

De functie van administratief officier verviel na 6 maanden omdat de school haar eigen budget niet mocht beheren. De eerste groep Nederlanders vertrok op 25 oktober 1995 naar Angola. Er bleek nogal wat te mankeren aan de logistieke ondersteuning van de Angolese brigades die waren opgeleid. Nederland kwam hieraan tegemoet door eenmalig 2 logistieke officieren naar Angola te sturen.

Verantwoordelijkheid naar Angola

De operationele verantwoordelijkheid voor de school ging in februari 1997 over in Angolese handen. De internationale staf werd daarom drastisch verkleind. De 10 militairen die achterbleven (oorspronkelijk 55), onder wie 2 Nederlanders, hadden in eerste instantie alleen een adviserende taak.

Al snel bleek echter dat de Angolezen nog niet in staat waren zelfstandig de school draaiende te houden. De adviseurs moesten alle zeilen bijzetten. Het ministerie van Defensie beëindigde de bijdrage aan CMATS op 20 april 1999.

Akkoord over terugtrekking

In de 10 jaren die volgden, werd de door Cuba militair gesteunde MPLA-regering door een groot aantal landen erkend. UNITA bleef zich echter in het zuiden met Zuid-Afrikaanse hulp verzetten. In 1988 sloten Angola, Zuid-Afrika en Cuba het akkoord van Brazzaville over terugtrekking van de Zuid-Afrikaanse en de Cubaanse troepen uit Angola. De United Nations Angola Verification Mission I (UNAVEM-I) zag toe op de terugtrekking van de Cubanen. De burgeroorlog duurde echter voort.

Strijders ontwapend

Onderhandelingen tussen de MPLA-regering en UNITA resulteerden op 31 mei 1991 in het akkoord van Bicesse. Daarin werd onder meer overeengekomen dat een aanzienlijk deel van de MPLA- en UNITA-strijders in steden zou worden gelegerd (gekantonneerd) en ontwapend. Het resterende deel moest de basis vormen voor een nationaal Angolees leger. De Verenigde Naties zouden slechts optreden als verificateur van de gezamenlijke commissies. UNAVEM-II was hiermee een feit.