Eén van de DKO  Nekaf’s staat al langere tijd stil. Het arme jeepje stortte na een evenement in 2011 volledig in. Wat volgde was lang wachten in een voortuin, schreeuwend om groot onderhoud …… In december 2020 was het zover, naar binnen er mee en aan het werk. Zie hier het verslag van  de werkzaamheden om een 4de leven mogelijk te maken voor de KX-60-70. Maar de eerste 3 levens van dit intussen bejaarde Nekafje worden natuurlijk niet vergeten…..

Leven 1: de eerste 20 dienstjaren.

De Willy’s-Overland fabriek.

Nederlandse Kaiser Fraser Fabrieken N.V.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Ministerie van Oorlog (MvO) was  begin 50-tiger jaren druk bezig met het vernieuwen en opbouwen van een deugdelijke krijgsmacht . Er was grote behoefte aan betrouwbare vrachtwagens, pantservoertuigen en vooral ook jeep-achtige voertuigen. De enige juiste jeepkandidaat op dat moment was natuurlijk de in Toledo, Ohio (USA) geproduceerde Willy’s M38A1, een opvolger van de overbekende oorlogs Willy. De jeep werd in licentie geassembleerd bij de Nederlandse Kaiser-Frazer Fabrieken N.V. (Nekaf) aan de Sluisjesdijk te Rotterdam. Voordeel hiervan was er wat Nederlands fabricaat onderdelen gemonteerd konden worden, er weer wat werkgelegenheid ontstond en er aan de voertuigen direct enige modificaties gedaan konden worden. Iedereen blij.

De Jeeps kwamen als hapklare brokken in krat per boot aan. In de Rotterdamse assemblagehal werden ze in elkaar geschroefd en werden er enige aanpassingen zoals knipperlichten en stadslichten i.v.m. de Nederlandse verkeerswetgeving gemonteerd. Op 28 mei 1955 liep de eerste klaar voor gebruik van de band. Drie jaar later, eind 1958, waren er ruim 5600 geproduceerd. Toen stopte door allerlei omstandigheden het bedrijf Nekaf  met de assemblage . De verdere productie ging over naar de Fa. Kemper & van Twist in Dordrecht. Daar hadden ze nog tot 1962 werk met de (Nekaf)jeep. Uiteindelijk zijn er ruim 7500 gemaakt.

foto NIMH

Onze KX-60-70 uit productiejaar 1957 met chassisnr. 14894 was een type M38A1C oftewel een TLV-uitvoering.

 

 

 

De 106mm M40 TLV (Terugstoot Loze Vuurmond) is simpel weergegeven niet meer dan een  schietbuis op een affuit. Doordat munitiehuls geperforeerd is schieten de drijfgassen deels het projectiel weg en ontsnappen ze deels naar achter langs het open sluitstuk waardoor het wapen in tegenstelling tot een gewoon kanon (met afgesloten schietbuis d.m.v. kulas en sluitstuk) geen terugslag heeft.

Dit heeft als voordeel dat het een relatief licht en makkelijk transporteerbaar geheel is. Ook nu nog zie je ze regelmatig achter op pick-ups door de woestijn racen. Groot nadeel is de slechte bescherming voor het personeel en dat je na een schot je stekkie wel direct verraden hebt, dus maken dat je weg komt. Voor een idee van de beleving zie het onderstaande filmpje.

 

De TLV’s kwamen terecht bij de pantserinfanterie eenheden en werden intensief gebruikt als anti-tankbestrijders. De Koude Oorlog was zeker in de 50/60-tiger jaren serious business. Bij welk onderdeel onze KX-60-70 precies gediend heeft hebben we tot nu toe niet kunnen achterhalen. Er zijn helaas (nog) geen foto’s of papieren opgedoken van ons jeepje uit deze periode. De KX-60-70 zal in ieder geval mee zijn gegaan naar La Courtine en vele andere oefeningen. Het is vast een 1ste zwoar leven geweest.

 

Leven 2 : de laatste 15 dienstjaren.

Aan het einde van de 70-tiger jaren waren de Nekaf jeeps over het algemeen genomen wel aardig op en versleten. Zo’n 20-25 jaar oud, ze hadden de 1ste opvolgers, de Munga en de DAF 66 YA, al overleefd en vele jaren rossen door de bossen/ bivakkeren op open kazerneparkeerplaatsen eiste z’n tol. Een deel verdween richting sloop en een deel verdween in de mobilisatiecomplexen.

De TLV-versie was door de veranderde gevechtstechnieken binnen de pantserinfanterie eigenlijk achterhaald en zou uit de parate eenheden gaan verdwijnen maar was nog wel nuttig bij het Korps Nationale Reserve (Natres).

Zodoende werd er voor een aantal van de voertuigen een revisieplan opgezet bij 575 Centrale Werkplaats op de kromhoutkazerne te Utrecht. In 1979 stond het parkeerveld achter de bedrijfskantine helemaal vol met oude TLV-Nekafs, daarbij ook onze KX-60-70.

Het was een complete revisie. Het voertuig werd ontdaan van jaren vuil, vet en dikke lagen dienstplichtig bokkepoot verven. Daarna ging het project helemaal uit elkaar. De carrosserie werd gerepareerd waar nodig en voorzien van een dikke polyester bodem. Het chassis kwam op de richtbank en werd daarna weer opgebouwd met gereviseerde delen. Tot slot een nieuwe verse laag RAL 6014 en zie daar….. als nieuw, klaar voor de strijd die nooit kwam…

Hoe het verder ging met onze KX-60-70 laat zich raden. Aan de huidige toestand van de auto is te zien dat het verfwerk nog helemaal is zoals hij uit de Centrale Werkplaats kwam, niks geen eindeloos gesmeer met verf op steeds weer de zelfde plek. De carrosserie is nog steeds netjes in de tectyl. Alle revisieplaatjes zijn gedateerd rond 1979 dus in 15 jaar zijn er geen grote reparaties geweest.

Conclusie : het ding heeft bar weinig meegemaakt tot de verkoop bij domeinen in 1994. Zeer waarschijnlijk belandde de auto na de revisie direct op een mobilisatiecomplex. Helaas is er op het lakwerk, behalve een klein stukje sticker, niks meer terug te vinden van eventuele eenheidskentekens.

 

Aan de sticker van 569 Herstelwerkplaats  te Dongen op de rechter voorruit is af te leiden dat in oktober 1988 nog een preserveerronde is uitgevoerd . Preserveren of in mobcomplexjargon  “opleggereed maken” was een voertuig klaar maken voor een langere opslagperiode. De motorolie werd vervangen voor dopingsvrije preserveerolie, het voertuig werd grondig schoongemaakt, technisch gecontroleerd en tot slot getectyleerd. Eventuele bewapening werd uiteraard ook getest, onderhouden en gepreserveerd d.m.v. vetten en inpakken met zuurstof verdrijvend papier en plastic. Eénmaal in opleg op het mobilisatiecomplex krijgt het voertuig volgens voorschrift in ieder geval 1x per jaar onderhoud en een  testritje . Misschien heeft een Natres-eenheid er nog iets mee gedaan bij wijze van oefening maar dat was het wel.

 

 

Wegens plotseling optredend gebrek aan vijand was begin jaren 90 het hele concept Nekaf-TLV nutteloos geworden en mocht de boel weg. De KX-60-70 belandde samen met z’n broertjes bij 573 VerzamelplaatsCie te Soesterberg om via de Dienst der Domeinen verkocht te worden.

573 verzamelplaats Soesterberg.

 

Na 37 jaar trouwe dienst aan Hare Majesteit brak de tijd van hobbyobject aan.

 

Leven 3 : in burger bezit….

De KX-60-70 kwam in handen van een garagebedrijf in midden Nederland, werd klaar gemaakt voor de RDW-keuring en kreeg wat aanpassingen naar eigen idee van de nieuwe eigenaar. Uiteraard was TLV 106mm M40 door de domeinen niet bijgeleverd, maar alle overige specifieke TLV–onderdelen zaten er nog wel op en  bleven voorlopig maar gemonteerd. Op de bumpers kwamen de onderdeelstekens van de eenheid waar de eigenaar bij zat in zijn dienstplichttijd  (45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland, voertuigparknr. S23).  Via een bochtje omdenken kwam de Nekaf toen al min of meer in DKO-handen terecht want de nieuwe eigenaar had een genenpakket dat sterk overeen kwam met dat van de huidige DKO voorzitter.

De KX-60-70 kreeg het wederom zwoar, het was een hobbyvoertuig geworden  met de nadruk op 4×4. Met veel legervoertuigclub ritten die soms (te) diep in de modder waren georganiseerd. De gemonteerde snorkel op het luchtfilter doet genoeg vermoeden….Helaas bleef het benodigde onderhoud een klein beetje uit…..

 

In 2011, tijdens een DKO-evenement in Limburg, was het einde dienst…. De startmotor weigerde te startmoteren wegens zand. Na vervangen bleek dat dat zelfde zand ook in de tank zat…..en in de brandstofpomp…en in meer niet van te voren bedachte plaatsen in het voertuig.

DHC 2011: De voertuigen buiten opgesteld (in de regen).

 

 

 

 

 

 

Gevolg:  afvoer naar huis, beginnen met repareren, geen tijd voor hebben, na een paar jaar binnen staan een net iets te klein zeiltje er over heen en als tuinornament naar buiten….voor een jaartje of 6…….    De arme oude TLV-Nekaf kwijnt olie lekkend weg….

 

Leven 4 : starten met groot onderhoud en dan een nieuwe toekomst.

Eind 2020 was het genoeg geweest met dat gejammer in die tuin. Opladen dat ding en naar de DKO dependance Friesland ermee. Het plan : Groot onderhoud uitvoeren (geen totale revisie) en een ombouw naar “verkenners uitvoering”. De wapenwetgeving maakt het nagenoeg onmogelijk om, ook voor de DKO, ook maar iets met het hele TLV gebeuren te doen. We hebben daarom maar besloten alle TLV-uitrustingsdelen te demonteren. De bevestigingsgaten in chassis en carrosserie worden afgedopt en we bewaren de onderdelen zodat het mogelijk blijft om terug te bouwen. Voorbeeld voor de  verkennerombouw zijn enkele Nekafverkenner foto’s van 44 painfbat en van het verkennerspeloton 43 Tankbataljon Regiment Huzaren Van Sytzama (RHVS). Beide hebben houten deurtjes en een kist op het voorbumper, dat gaan we namaken.

foto NIMH

 

 

 

 

 

 

 

 

Na aankomst in Friesland waren de eerste acties: “putziputzi machen”, de motor aan de gang helpen en een “in-inspectie” houden.  Het brandstofsysteem was van tankdop tot inlaatklep vervuild, dat vroeg wat aandacht. Tank vervangen, brandstofpomp uit elkaar en klepjes + membramen vervangen enz. Vervolgens onderhoud aan de motor zoals olie en filter vervangen, koelsysteem spoelen. Elektriek nagelopen en toen op dat startpedaal trappen. Na wat sputters liep het motortje redelijk goed. Uurtje laten draaien, oliedruk was Oké en het ding liep niet heet. Koppeling en versnellingsbak voor zover dat ging zonder remmen gecontroleerd en klaar.  Het hele voertuig aan een uitgebreid onderzoek onderworpen en zie hier de uitslag. Een filmpje met mevr. N. Hagen in een tranendal op de achtergrond.

 

Tijdens de donkere COVIDmaanden zijn er stiekum heel wat sleuteluurtjes doorheen gegaan. Daarbij was de verleiding groot om steeds meer uit elkaar te halen. Zo is bijvoorbeeld de carrosserie van het chassis afpakken met de heftruck een fluitje van een cent. Maar jah, het hele idee van groot onderhoud begint dan wel in eens sterk naar totale revisie te ruiken. Toch maar besloten om dat te beleven via Luc en Marco’s garage op youtube. En dan nog constateer je dat je zowat alles los trekt. Even een kruisstukje in de aandrijfas vervangen loopt uit op zanderige en/of verroeste lagers + keerringen vervangen in de assen en reductiebak. Het stuurhuis afstellen en spoorstangkogels nalopen eindigt met het hele stuursysteem inclusief fuseés op de werkbank. Mooie hobby, toch?

Om dit verhaal niet al te gedetailleerd/lang/kurkdroog te maken een foto-filmpje van de uitgevoerde werkzaamheden. Als extra een optreden van buurman Douwe die geholpen heeft met het plaatwerk en op de achtergrond mijn favoarbeidsvitaminen…..….kijk en vergelijk.

 

Begin juni was het prutsen wel klaar. Enige wat nog niet gedaan was was het wisselen van het voorraam…dat was door allerlei omstandigheden wat misgegaan maar komt  goed. De boel stond klaar voor transport naar het DKO-honk in Loenen. De buurman (Autobedrijf Wagenaar Ureterp) was zo vriendelijk de jeep op de autotransporter te zetten zodat we op een zonnige donderdagavond richting Loenen konden.

 

 

 

 

 

 

En daar staat de KX-60-70 dan in loods 18, baan 10. Einde oefening “groot onderhoud” . In de komende weken gaan we het voorraam nog wisselen, er komen gele KL-kentekenplaten op en de DKO-chauffeur zal zorg dragen voor de verdere bepakking conform de voorschreven Nekafverkenner bepakkingslijst. En dan kan het 4de leven van ons Nekafje gaan beginnen. Dat zal er ongeveer zo uit gaan zien….

 

De Plv C-ONHGP.