Duur missie: 19 juni 1992 – 27 juni 1996
Aantal militairen: 6.485
Dodelijke slachtoffers: 1
Dapperheidsonderscheidingen: geen
Bestuurlijk bestond het multiculturele Joegoslavië sinds haar oprichting in 1945 uit 6 deelrepublieken. Die kenden sinds een grondwetswijziging in 1974 een grote mate van zelfstandigheid. De oliecrises en de daarmee gepaard gaande economische ellende en de opkomst van het Servische nationalisme, zorgden in de loop van de jaren ‘80 voor een fataal mengsel. Dat zou het einde van de federatie inluiden.
Nederlands aandeel in de operatie Embargo op de Adriatische Zee
Nederland stelde als lid van de NAVO een fregat beschikbaar voor de operaties Maritime Monitor en Maritime Guard. Voor de operaties Sharp Vigilance en Sharp Fence leverde ons land ook 2 P-3C Orion-patrouillevliegtuigen. Die observeerden vanaf het naval air station Sigonella op Sicilië het scheepvaartverkeer in het zuidelijk deel van de Adriatische Zee.
Nederland handhaafde deze bijdrage tijdens operatie Sharp Guard. Nederlandse militairen observeerden het scheepvaartverkeer ook vanuit E-3A AWACS-toestellen als radaroperators en luchtgevechtsleiders.
Verdachte schepen
De deelnemende schepen waren tot 16 november 1992 niet bevoegd om verdachte schepen aan te houden of te onderzoeken. De NAVO en West-Europese Unie (WEU) mochten de verdachte schepen maar tot op 450 meter naderen. Na 16 november mocht een verdacht schip door zwaar bewapende mariniers veilig worden gesteld. Hierna ging een controleteam van 10 personen aan boord. De Koninklijke Marine stelde ook 2 keer een onderzeeboot beschikbaar om het embargo te handhaven. Een van de Orion-patrouillevliegtuigen werd vooruitlopend op de opschorting van de operatie al op 2 april 1996 teruggetrokken.
Operatie Grapple
Een bijzondere missie in de Adriatische Zee was de door Groot-Brittannië geleide operatie Grapple. De schepen die hiervan deel uitmaakten moesten waar nodig assisteren bij de evacuatie van Britse en Nederlandse troepen uit Bosnië. Een Nederlands fregat beschermde van februari tot december 1993 het Britse vliegdekschip HMS Ark Royal. Het bevoorradingsschip Hr.Ms. Zuiderkruis bevoorraadde onder meer de schepen van operatie Grapple.
Servische identiteit
De Serviërs wensten het behoud van een krachtige Joegoslavische eenheidsstaat als garantie voor het behoud van hun politieke macht en culturele identiteit. De Serviërs vreesden bovendien voor de rechten van hun volksgenoten in de andere deelrepublieken. De Servische president Slobodan Milosevic stookte het vaderlandslievende vuurtje op door een Groot-Servië te bepleiten. Ook wierp hij zich op als de beschermer van alle Serviërs in Joegoslavië.
Onafhankelijkheid
Slovenië en Kroatië riepen op 25 juni 1991 hun onafhankelijkheid uit. De Bosnische Kroaten en moslims volgden op 3 maart 1992. Het Joegoslavische leger (JNA) greep vrijwel onmiddellijk in. De oorlog in Bosnië begon op 2 april 1992.
Wapenembargo
De VN-Veiligheidsraad kondigde in september 1991 een wapenembargo voor heel Joegoslavië af. In mei 1992 volgde een handelsverbod met Servië en Montenegro. Schepen van de NAVO en vliegtuigen van de West-Europese Unie (WEU) begonnen in juli 1992 het scheepvaartverkeer op de Adriatische Zee richting Joegoslavië te observeren. De ervaring leerde al snel dat waarnemen geen waarde had zonder de mogelijkheid overtredingen af te straffen.
Embargo afdwingen
De Veiligheidsraad besloot daarom in november 1992 dat de schepen van de lidstaten het recht hadden het embargo desnoods met geweld af te dwingen. Sinds 15 juni 1993 staan de maritieme operaties onder operationeel bevel van de NAVO-commandant Allied Naval Forces Southern Europe. Het embargo werd door de VN op 18 juni 1996 opgeschort en op 2 oktober 1996 opgeheven.