Duur missie: 16 maart 1996 – 25 maart 2000
Aantal militairen: 1.097
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen
Irak viel op 2 augustus 1990 Koeweit binnen. De VN-Veiligheidsraad eiste daarop de onvoorwaardelijke Iraakse terugtrekking. Enkele dagen later kondigde de raad een algeheel handelsembargo af tegen Irak. Op 25 augustus 1990 machtigde de raad VN-lidstaten dit embargo zo nodig met geweld te handhaven.
Nederlands aandeel in de Multinational Interception Force (MIF)
Nederland stelde in de periode 1996–2000 jaarlijks een fregat beschikbaar. In 1997 namen ook een bevoorradingsschip en een maritiem patrouillevliegtuig (P-3C Orion) deel aan de MIF in de Perzische Golf. Een Orion keerde nog tweemaal terug om de internationale zeemacht in 1999 en 2000 te ondersteunen.
De Nederlandse fregatten moesten bemanningen van vrachtschepen in het operatiegebied bevragen over hun lading en hun bestemming. Ze mochten aan boord gaan om dit met eigen ogen te controleren. Hiervoor waren boardingteams op de fregatten aanwezig. Soms kregen de Nederlanders de opdracht Amerikaanse vliegdekschepen te escorteren.
Een groot aantal landen gaf gehoor aan de VN-resoluties en stuurde schepen naar de Perzische Golf. In de daaropvolgende maanden vergrootte de anti-Iraakse coalitie haar militaire slagkracht in de Golfregio onder aanvoering van de Verenigde Staten.
Desert Storm
Irak trok zich ondanks het machtsvertoon niet uit Koeweit terug. Daarom ging in de nacht van 16 op 17 januari 1991 de eerste fase van de militaire bevrijdingsoperatie Desert Storm van start met een luchtoffensief. De tweede fase van Desert Storm, het grondoffensief, begon op 23 februari. 5 dagen later, na 100 uur grondoorlog, vroeg het Iraakse regime om een staakt-het-vuren. Het Iraakse leger was verslagen en uit Koeweit verdreven.
Embargo’s van kracht
Internationale militaire operaties gingen door. Zolang Irak niet had voldaan aan de eisen uit resoluties van de Veiligheidsraad op het gebied van ontwapening, bleef het handelsembargo van kracht. Het embargo op zee mocht nog steeds met geweld worden afgedwongen. De schepen die hieraan deelnamen werden opgenomen in de zogenoemde Multinational Interception Force (MIF). Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten leverden op permanente basis schepen aan de MIF. Zij werden hierin gesteund door een jaarlijks wisselende samenwerkingsverband van landen.