Nieuw-Guinea
Duur inzet: 1950 – 15 augustus 1962
Aantal militairen: +- 30.000
Dodelijke slachtoffers: +100
Dapperheidsonderscheidingen: 31
Het westelijk deel van Nieuw-Guinea maakte deel uit van Nederlands-Indië, maar was eind 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië gebleven. De Indonesische leider Soekarno wilde Nederlands Nieuw-Guinea zo snel mogelijk inlijven. Het ‘laatste stukje Indië’ werd vanaf 1950 zodoende inzet van een slepend conflict tussen Nederland en Indonesië dat rond 1960 een sterker militair karakter kreeg.
Na enkele kleinschalige infiltraties nam de Indonesische militaire dreiging vanaf 1958 flink toe, zodat Nederland de troepensterkte tot ongeveer 10.000 militairen opvoerde. In de periode 1950- 1962 zijn in totaal ongeveer 30.000 Nederlandse militairen ingezet in het toenmalige Nederlands Nieuw – Guinea. Zij kregen in 1962 te maken met infiltraties van duizenden Indonesische militairen (parachutisten). Het kwam in die maanden geregeld tot gevechten, waarbij ook Nederlandse eenheden verliezen leden.
In augustus 1962 werd duidelijk dat Indonesië een grote invasie voorbereidde en dat Nederland geen steun van bondgenoten hoefde te verwachten. Daarom droeg Nederland het gebied in oktober 1962 over aan de VN die het enkele maanden later weer aan Indonesië overdroegen. In de periode 1950-1962 zijn ruim 100 Nederlandse militairen omgekomen in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea.
(bron: https://www.nlveteraneninstituut.nl/missie/nieuw-guinea/)
Oorlog Nederlands Nieuw-Guinea
Het westelijk deel van Nieuw-Guinea maakte deel uit van Nederlands-Indië, maar was eind 1949 buiten de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië gebleven. De Indonesische leider Soekarno wilde Nederlands Nieuw-Guinea zo snel mogelijk inlijven. Het ‘laatste stukje Indië’ werd vanaf 1950 zodoende inzet van een slepend conflict tussen Nederland en Indonesië dat rond 1960 een sterker militair karakter kreeg.
Infiltraties
Na enkele kleinschalige infiltraties nam de Indonesische militaire dreiging vanaf 1958 flink toe, zodat Nederland de troepensterkte tot ongeveer 10.000 militairen opvoerde. In de periode 1950- 1962 zijn in totaal ongeveer 30.000 Nederlandse militairen ingezet in het toenmalige Nederlands Nieuw – Guinea. Zij kregen in 1962 te maken met infiltraties van duizenden Indonesische militairen (parachutisten). Het kwam in die maanden geregeld tot gevechten, waarbij ook Nederlandse eenheden verliezen leden.
Overdracht VN
In augustus 1962 werd duidelijk dat Indonesië een grote invasie voorbereidde en dat Nederland geen steun van bondgenoten hoefde te verwachten. Daarom droeg Nederland het gebied in oktober 1962 over aan de VN die het enkele maanden later weer aan Indonesië overdroegen. In de periode 1950-1962 zijn ruim 100 Nederlandse militairen omgekomen in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea.
Het Akkoord van New York was een verdrag dat tussen Nederland en Indonesië op 15 augustus 1962 werd getekend voor de overdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië.
Voorgeschiedenis
Bij de overeenkomst van Linggadjati in 1946 werd de Nederlands-Indonesische Unie opgericht als een federatie en bij de overdracht van de voormalige Nederlandse koloniale gebieden was de status van Nederlands-Nieuw-Guinea al een twistpunt tussen de jonge republiek en Nederland. Ook bij de Rondetafelconferentie in 1949 kwam men niet tot een oplossing. Een jaar later werd Indonesië onder Soekarno een eenheidsstaat. Nieuw-Guinea bleef een Nederlands Overzees Rijksdeel.
De Nederlandse politiek was het er in de jaren die volgden veel aan gelegen om Nieuw-Guinea voor Nederland te behouden. In 1952 besloot het kabinet-Drees III dat Nieuw-Guinea onderdeel zou blijven van het koninkrijk en dat ze bleven streven naar het zelfbeschikkingsrecht voor de Papoea’s. Hierdoor kon er dan ook geen sprake zijn van machtsoverdracht aan de Indonesische Republiek. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Joseph Luns, zou deze politiek dan ook tot 1962 verdedigen namens het kabinet.
Aanloop
Een belangrijke mogelijke bondgenoot van Nederland waren de Verenigde Staten en aanvankelijk steunden zij ook het Nederlands beleid, maar na de verkiezing van John F. Kennedy in 1960 kwam er een omslag in het beleid van Amerika en gingen zij Indonesië voor hun Koude Oorlogpolitiek steunen met economische hulp en wapenleveranties. Nederland was ondertussen bang voor een Indonesische invasie en zette zich in voor versterking van de defensie van Nieuw-Guinea. Dit resulteerde in het feit dat de regering ook het vliegdekschip Hr.Ms. Karel Doorman naar de regio stuurde. Dit was voor Soekarno de reden om alle diplomatieke betrekkingen met Nederland te verbreken.
In 1961 besloot het kabinet-De Quay om van politiek te veranderen en aan te sturen op soevereiniteitsoverdracht aan de lokale bevolking met een tussenfase waarbij Nieuw-Guinea onder het bewind van de Verenigde Naties kwam te staan. Bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wist het plan niet de benodigde stemmen te krijgen en hierdoor werd de regering genoodzaakt om alsnog aan tafel te gaan met Indonesië.
De dreiging richting Nieuw-Guinea en het Nederlandse leger werd reëler toen Soekarno op 19 december 1961 de mobilisatie van zijn leger aankondigde en een paar dagen later ging het Nederlandse kabinet overstag om het gesprek aan te gaan met Indonesië. Op 25 en 26 februari 1962 bracht de Amerikaanse minister Robert Kennedy een bezoek aan Den Haag en drong er bij de regering op aan om te beginnen met die gesprekken.
Onderhandelingen
Op 20 maart 1962 begonnen de eerste geheime agendabesprekingen tussen Nederland en Indonesië in het Amerikaanse Middleburg onder leiding van de diplomaat Ellsworth Bunker. Op 2 april overhandigde Bunker een conceptakkoord aan ambassadeur Herman van Roijen. Zowel Van Roijen als de regering protesteerde tegen dit voorstel omdat er te veel werd toegegeven aan Indonesië en er te weinig oog was voor de Nederlandse belangen. Op 24 mei werd er in de Tweede Kamer gedebatteerd over het voorstel van Bunker en uiteindelijk werden pas op 12 juli de onderhandelingen tussen de partijen hervat.
Op 31 juli lag er een nieuw voorstel klaar. In het nieuwe voorstel werd Nieuw-Guinea op 1 oktober 1962 overgedragen aan de VN om vervolgens op 1 mei 1963 deel uit te gaan maken van de republiek Indonesië en dat er te zijner tijd gestemd zou worden over het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s. Het kabinet besloot vervolgens op 15 augustus dat het akkoord ondertekend kon worden door Van Roijen. De ondertekening vond plaats in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York.
(bron: Wikipedia)
Enkele kijktips:
Andere Tijden – Nieuw-Guinea, Neerlands laatste oorlog
Films op NIMH
Enkele foto’s:
- Basis bivak (bron: NIMH)
- (Bron: Bond van Wapenbroeders)
- Een .50 vierling cal. 50 MZHB Mounting) van de Koninklijke Landmacht op de kust bij Biak (bron: NIMH)
- DAF YA 328 artillerietrekker – nabij BIAK (bron: NIMH)
- Kaimana (bron: onbekend)
- Kojatiterugweb (?) (bron: onbekend)
- Lepelstraat (bron: onbekend)
- Lepelstraat (bron: onbekend)
- Mariniers (Hollandia of Manokwari) eind jaren 50 (bron: NIMH)
- NEKAF, in de modder, tijdens patrouille (bron: NIMH)
- (Bron: NIMH)










