Duur missie: 5 t/m 11 november 1974
Aantal militairen: 8000
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen

Zelfs militairen kwamen om de aardappeloogst te redden

De boeren op de eilanden verkeerden eind september 1974 in jubelstemming. Er was sprake van een ‘zeer goede aardappeloogst’, zo kopte de Nieuwe Brielsche Courant op 20 september 1974. Aardappelen vormden in die tijd samen met bieten het grootste landbouwproduct en de aardappeloogst was die week lekker op gang gekomen. ‘Op vele landerijen wordt nu van ‘s morgens zes tot ‘s avonds tien uur met man en macht gewerkt om de aardappels binnen te krijgen’, zo was te lezen in de krant. ‘De droge grond kan de zware machines goed dragen en de aardappelen laten snel los en er blijft weinig klei aan hangen’, meldde een verslaggever. Die nam alvast een voorschotje op het eindresultaat en voorspelde een ‘buitengewoon goede oogst’.

Helaas gooide overvloedige regenval roet in het eten. In die mate zelfs dat de aardappeloogst naarmate oktober vorderde tot stilstand kwam en er grote zorgen ontstonden over de resterende aardappelen – twee derde van de totale oogst! – die nog in de grond zaten. De Hollandse Maatschappij van Landbouw sprak zelfs van een noodsituatie op de eilanden. De aardappelen lagen letterlijk weg te rotten op de natte akkers.

Wat dagen later werden de akkers beter begaanbaar en kwam de oogst weer op gang. Maar ja, zie maar eens in korte tijd zo veel aardappelen naar binnen te halen. En dan zaten er ook nog uien en suikerbieten in de grond. Er ontstond grote behoefte aan hulp. Die kwam er. Onder andere in de vorm van scholieren, onder wie vijftig leerlingen van de middelbare landbouwschool in Dordrecht die, zo is te lezen in de Nieuwe Brielsche Courant van 8 november, aangaven ‘te zullen blijven, zolang hun hulp nodig is’.

Hoe groot de nood was, bleek uit een noodkreet van de heer J. van Balen uit Zuidland. ‘Het is vijf voor twaalf wat de aardappeloogst betreft’, tekende een verslaggever uit zijn mond op. Gelukkig waren er nog meer helpende handen in aantocht.

Namelijk in de vorm van militairen. De eerste militairen arriveerden half november in Hellevoetsluis. Een aantal van hen werd ondergebracht in de Machinistenschool.

Ook eilanders schoten te hulp, zoals leerlingen van de lagere technische school in Brielle. Studenten van de Sociale Academie in Den Haag doken op tussen de uien. Een actie op een zaterdag waarbij ruim 150 eilandbewoners zouden bijspringen op de aardappelakkers, viel echter letterlijk in het water. Er arriveerden nog meer militairen, onder meer uit De Lier en Nunspeet. Een deel huisde in het Brandweermuseum. In Spijkenisse bood sporthal Den Oert onderdak aan meer dan tweehonderd militairen uit de Drentse legerplaats Havelte. Wat politiek tot vragen leidde, omdat – zo gaf een PvdA-raadslid aan – ‘sportlieden te veel gedupeerd zouden worden, want de hal werd voor hen gesloten’. Ook zou de vloer beschadigd kunnen raken.

‘Kazerne Hellevoetsluis’

Gemopperd werd er overigens ook onder de soldaten. Zij bleken minder te verdienen, bruto 12,50 gulden per dag. ‘Terwijl niet-militaire vrijwilligers vijf gulden per uur schoon verdienen’, mopperde een militair. Toch verkozen ze duidelijk ‘kazerne Hellevoetsluis’ boven hun Generaal Winkelmankazerne in Nunspeet, zo is ook te lezen. En staken ze grif de handen uit de mouwen om de oogst te redden. Dit tot grote dankbaarheid van de boeren, die maar wat blij waren dat er alles aan werd gedaan om de schade zoveel mogelijk te beperken.

(bron: Claudia Langendoen, 09-10-20)

Redactie 41DKO:

De boeren werden uiteindelijk bijgestaan door circa 1.450 burgers, vooral jongeren, uit het hele land en de regering zette circa 8.000 militairen in.

Enkele krantenartikelen:

En enkele foto’s: