Duur missie: 1 november 1987 – 2 januari 1989
Aantal militairen: 343
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen

Tussen 22 september 1980 tot 20 augustus 1988 woedde een oorlog tussen Iran en Irak. In Irak was Saddam Hussayn aan de macht. In Iran zwaaide ayatullah Ruhullah Khumayni de scepter. Het conflict kwam door verschillende oorzaken. De directe aanleiding voor de oorlog was echter dat Khumayni het Verdrag van Algiers naast zich neerlegde.

Nederlands aandeel oorlog tussen Iran en Irak: beveiliging scheepvaartverkeer

De Nederlandse regering besloot op 7 september 1987 2 mijnenjagers, met elk 46 bemanningsleden naar de Perzische Golf te sturen. België sloot zich aan bij Hr.Ms. Hellevoetsluis en Hr.Ms. Maassluis met 2 mijnenvegers en een bevoorradingsschip.

De Belgische kapitein-ter-zee G. Busard werd de commandant van de schepen ter plaatse. De Nederlandse Commandant der Zeemacht in Nederland, viceadmiraal J.D.W. van Renesse, voerde het commando over de gehele operatie met codenaam Octopus. De schepen kwamen op 1 november aan in het operatiegebied.

Rol Groot-Brittannië

Groot-Brittannië zou zorg dragen voor de luchtverdediging en logistieke ondersteuning. De Belgisch-Nederlandse Task Group maakte daarom van dezelfde havenfaciliteiten gebruik als de Britse schepen. De beloofde luchtverdediging voor de Belgisch-Nederlandse schepen kreeg van de Britten echter een lagere prioriteit dan verwacht. De eigen Britse oorlogs- en vrachtschepen hadden voorrang.

Nederlandse Stinger-teams

De Nederlandse regering besloot daarom Stinger-teams van 3 personen van het Korps Mariniers op de Nederlandse en Belgische schepen te plaatsen. De Nederlandse schepen kregen elk ook nog 2 .50-mitrailleurs.

Weinig luchtdreiging

Het operatiegebied van de WEU-schepen lag in de Golf van Oman en het zuiden van de Perzische Golf. De luchtdreiging was daar klein; alleen in de Straat van Hormuz liepen de schepen kans op beschietingen door Iraanse Exocet-raketten. De Nederlandse schepen bleven ruim 6 maanden in de Golf. Tussentijds werd de bemanning van de schepen afgelost.

Task Force

Na een tour van 2 maal 3 maanden in de Golf nam de mijnenveger Hr.Ms. Urk op 11 mei 1988 de taken over van de 2 mijnenjagers. Nadat de Belgische regering het bevoorradingsschip en 1 mijnenveger had terugtrokken, werd onder Brits commando per 1 juni een Brits/Belgisch/Nederlandse Task Force gevormd. Dat bestond uit een Brits vlaggenschip, een bevoorradingsschip en 5 mijnenvegers of mijnenjagers (waaronder de Urk). Operatie Octopus ging over in operatie Calendar II. De bemanning van de Urk werd 2x afgelost. Het schip begon op 2 januari 1989 aan de thuisreis.

Verdrag van Algiers

Het Verdrag van Algiers werd in 1975 gesloten. Het ging over de grenzen tussen Iran en Irak, maar vooral over de Koerden. Deze bevolkingsgroep leefde in beide landen en wilde onafhankelijkheid. Iran had de Koerden in Irak ondersteund in hun strijd tegen het regime van Saddam Hussayn. Het verdrag maakte een einde aan deze steun.

Na een staatsgreep in 1979 was in Iran ayatullah Ruhullah Khumayni aan de macht gekomen. Hij ging de Koerden weer steunen. Daarop zegde Saddam Hussayn op 17 september 1980 het Verdrag van Algiers op. 5 dagen viel Irak buurland Iran binnen.

De Eerste Golfoorlog

Eerst voerde Irak grootscheepse luchtaanvallen uit op Iran. Daarna veroverden Iraakse grondtroepen grote delen van Iran. Iran drong deze uiteindelijk terug naar Irak. De oorlog veroorzaakte grote schade in beide landen. In Irak ging een groot deel van de olie-industrie verloren.

De oorlog, ook wel Eerste Golfoorlog genoemd, breidde zich uit naar de Perzische Golf en de Golf van Oman. Er werden door beide partijen veel zeemijnen gelegd. Dit bracht ook de export van olie in gevaar. Hierdoor raakten ook de Verenigde Staten (VS) en de Sovjet-Unie (SU) betrokken bij de oorlog.

Tankers en mijnen

In 1985 viel Irak voor het eerst Iraanse olietankers aan. In reactie hierop opende Iran de aanval op olietankers van bondgenoten van Irak. In 1987 werd ook het Amerikaanse oorlogsschip USS Stark getroffen door Iraakse anti-scheepsraketten. Vanaf dat moment escorteerde de VS schepen uit Koeweit onder Amerikaanse vlag om hen te beschermen tegen aanvallen uit Irak of Iran.

Ook riep de VS de hulp in van hun West-Europese bondgenoten om zeemijnen te ruimen. Het Verenigd Koninkrijk (VK) en Frankrijk stuurden als eersten mijnenvegers naar de Golf. Uiteindelijk toonde ook de Nederlandse regering zich bereid 2 mijnenjagers te sturen. Deze zouden samenwerken met de Belgen en de Britten.

Nederlandse mijnenjagers

In november 1987 arriveerden Hr.Ms. Hellevoetsluis en Hr.Ms. Maassluis in de Golf. De Belgische marine zond 2 mijnenvegers en 1 bevoorradingsschip. Deze 5 schepen vormden samen de Task Group 428.1. De Belgisch-Nederlandse operatie kreeg als codenaam Octopus.

Op de Nederlandse en Belgische schepen werden later 3 man sterke Stinger-teams van het Korps Mariniers geplaatst. Deze moesten voor de luchtverdediging zorgen. Ook kregen de Nederlandse schepen ieder 2 .50 mitrailleurs. Deze waren vooral bestemd voor de zelfverdediging tegen speedboten.

Het einde van de operatie

De Nederlandse schepen bleven ruim 6 maanden in de Perzische Golf. De bemanning werd tussentijds afgelost. Op 11 mei 1988 nam de mijnenveger Hr.Ms. Urk de taken over van de Hellevoetssluis en de Maassluis.

9 dagen later werd een wapenstilstand van kracht tussen Irak en Iran. Daarmee kwam er een einde aan de oorlog. De maritieme inzet in de Golf duurde evenwel langer om de vele mijnen te ruimen. Op 2 januari 1989 keerde Hr.Ms. Urk definitief terug naar Nederland.