Duur missie: 1 november 1993 – 17 maart 1995
Aantal militairen: 673
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen
De slavenbevolking van Haïti bevrijdde zich in 1804 van het Franse koloniale juk en riep in 1806 de onafhankelijke republiek Haïti uit. Burgeroorlogen en een laag ontwikkelingspeil verhinderden echter dat de Haïtiaanse economie tot bloei kon komen. De politieke leiders zagen hun functie vooral als een winstgevende onderneming. Corruptie, vriendjespolitiek en politieke moorden waren aan de orde van de dag.
Nederlands aandeel operatie Support Democracy en Uphold Democracy, Haïti
Nederland stelde een fregat, het stationsschip in de West en een P-3C Orion-patrouillevliegtuig beschikbaar voor operatie Support Democracy. Zij kregen opdracht de deelname aan het embargo tegen Haïti in te passen in hun normale operationele programma en waren daarom niet fulltime beschikbaar.
Schepen controleren
De Orion en het fregat werden onder Amerikaans operationeel bevel geplaatst. De fregatten hadden tot taak schepen met bestemming Haïti te controleren op hun vracht. Dit alles op basis van vrijwilligheid. Boardingteams mochten uit zelfverdediging wapens dragen. De Nederlandse schepen opereerden vooral ten westen en noordwesten van Haïti. Zij kregen geen vaste sector toegewezen, omdat ze immers niet permanent voor Support Democracy beschikbaar waren.
Aandeel in troepenmacht
De VS vroegen Nederland medio 1994 een aandeel te leveren aan de multinationale troepenmacht, al was het maar voor vlagvertoon. Het kabinet stemde op 2 september 1994 in met de deelname van een fregat en een Orion-patrouillevliegtuig. Een marineofficier vertrok naar het hoofdkwartier van de Multinational Force (MNF) in het Amerikaanse Fort Drum om de Nederlandse bijdrage in de planningsfase te coördineren. Het kabinet gaf op 9 september aan 15 marechaussees als International Police Monitors (IPM) aan de MNF beschikbaar te willen stellen.
Belgisch-Nederlandse eenheid
Omdat ook België politiewaarnemers wilde sturen, lag samenwerking voor de hand. De BE/NL Police Monitor Unit Haiti was 49 personen sterk en stond onder leiding van een Belgische majoor met als plaatsvervanger een Nederlandse kapitein. De samenwerking tussen de Belgen en Nederlanders zou overigens niet altijd even soepel verlopen.
Op patrouille met Haïtiaanse agenten
De marechaussees arriveerden op 7 november in Haïti. Zij werden in de kustplaats Port-de-Paix in het noordwesten van Haïti geplaatst. De rust in deze plaats stond in schril contrast tot de onrust elders in Haïti. De marechaussees kregen als taak Haïtiaanse agenten tijdens patrouilles te vergezellen.
Hierbij ging het om agenten van zowel het oude, deels gezuiverde gezagsapparaat als van de overbruggende Interim Public Security Force (IPSF). In hun Chevrolet Blazers of te voet, zagen zij erop toe dat de agenten de Haïtiaanse wetten en de universele mensenrechten naleefden en handhaafden.
De waarnemers mochten een wapen dragen en geweld gebruiken om zichzelf en anderen te verdedigen. De waarnemers hadden ook een belangrijke adviserende rol en een opleidingstaak. De Haïtianen kregen onder meer les in het omgaan met gevangenen, het behandelen van klachten en het uitvoeren van eenvoudig politieonderzoek.
VN-politie
De United Nations Civilian Police (UNCIVPOL) arriveerde begin maart 1995 om vervolgens de taken van de IPM op zich te nemen. Het Belgisch-Nederlandse detachement kon daardoor op 17 maart 1995 huiswaarts keren.
Democratisering
Haïti stortte zich eind jaren ’80 van de twintigste eeuw in een moeizaam en onzeker democratiseringsproces. Dat liep in december 1990 uit op de verkiezing van de linkse priester Jean-Bertrand Aristide tot president. Met zijn eigenzinnige democratiserings- en hervormingsbeleid joeg deze de zittende elite tegen zich in het harnas. Het leger onder bevelhebber Raoul Cedras zette Aristide in oktober 1991 af.
Embargo
De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) probeerde door middel van een handelsverbod en diplomatieke druk de terugkeer van Aristide voor elkaar te krijgen. Het OAS-embargo werd door de VN-Veiligheidsraad bekrachtigd op 16 juni 1993. Op 13 oktober dat jaar begon operatie Support Democracy. Gedurende deze operatie zag een internationaal vlootverband toe op de handhaving van het embargo.
Embargo aangescherpt
Ondanks de druk die uitging van Support Democracy bleven de onderhandelingen met de machthebbers in Haïti zonder resultaat. De VN-Veiligheidsraad scherpte daarom op 6 mei 1994 het embargo verder aan. De raad gaf de lidstaten twee maanden later toestemming de terugkeer van Aristide desnoods met geweld af te dwingen (operatie Restore Democracy). Enkele uren voordat een multinationale troepenmacht tot actie over zou gaan wisten Amerikaanse onderhandelaars een akkoord met de Haïtiaanse machthebbers te bereiken. Daarna ging de operatie verder onder de naam Uphold Democracy.