Duur missie: 27 december 1994 – 11 april 1996
Aantal militairen: 325
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen

De slavenbevolking van Haïti bevrijdde zich in 1804 van het Franse koloniale juk en riep in 1806 de onafhankelijke republiek Haïti uit. Burgeroorlogen en een laag ontwikkelingspeil verhinderden echter dat de Haïtiaanse economie tot bloei kon komen. De politieke leiders zagen hun functie vooral als een winstgevende onderneming.

Nederlands aandeel in United Nations Mission in Haïti (UNMIH)

Op verzoek van de Verenigde Naties stuurde het ministerie van Defensie eind december 1994 een majoor naar Haïti voor de planningsafdeling van UNMIH. Het kabinet stemde op 27 januari 1995 in met de deelname van een logistiek zelfstandige marinierscompagnie (150 personen) en enkele staffunctionarissen aan UNMIH.

Marinierscompagnie

De marinierscompagnie nam op 31 maart de verantwoordelijkheid voor de toegewezen sector in het zuidoosten van Haïti op zich. Het sectorhoofdkwartier bevond zich in de kustplaats Jacmel. Een Surinaams peloton voegde zich bij de Nederlanders. De Surinaamse eenheid werd logistiek ondersteund door de mariniers, maar opereerde verder zelfstandig.

Grote Nederlandse sector

De mariniers kregen een groot gebied toegewezen (het gebied werd eind augustus uitgebreid met de plaats Petite Goave en omgeving). De sectorcommandant moest dan ook alle zeilen bijzetten om contact te onderhouden met alle plaatselijke autoriteiten. De Nederlandse sector stond weliswaar te boek als een van de rustigste van het land, maar inbraken en berovingenkwamen veel voor. De begeleiding van humanitaire konvooien behoorde daarom al snel tot het takenpakket.

Patrouilles

De meeste tijd werd echter gestoken in één- of meerdaagse patrouilles per auto, helikopter of boot. Op 9 april 1995 begon de kiezersregistratie. De mariniers voerden het aantal patrouilles daarom flink op. Op die dag begon de kiezersregistratie. Zij moesten voor de aankomende verkiezingen inlichtingen inwinnen over de voortgang van de kiezersregistratie en de verkiezingscampagne.

Mariniers bezochten ook verkiezingsbureaus en moesten over eventuele problemen rapporteren. Zij assisteerden bovendien tijdens de eerste ronde van de parlementsverkiezingen op 25 juni bij het verspreiden, verzamelen en tellen van de stembiljetten.

Helikopters en verkiezingen

Zij kregen vanaf 30 mei ook opdracht ’s nachts helikopterpatrouilles boven zee uit te voeren om drugstransporten te onderscheppen. Begin juni kwam het verzoek toezicht te houden op de schepen die de haven van Jacmel aandeden. Daarnaast verzorgden de mariniers in hun sector lessen rijvaardigheid en preventief onderhoud voor de Haïtiaanse politie. In september volgde de tweede ronde van de parlementsverkiezingen, terwijl december en januari in het teken stonden van de presidentsverkiezingen.

Betere logistieke ondersteuning

Slechte bevoorrading door de VN van water, voedsel, brandstof en reserveonderdelen, had voor de inzetbaarheid van de marinierscompagnie nadelige gevolgen. Slechts 7 van de 20 Landrovers waren in juli 1995 nog te gebruiken. Het aantal mariniers dat in Port-au-Prince was gestationeerd voor de logistieke ondersteuning werd daarom vergroot. De compagnie werd eind augustus uitgebreid met 3 landingsvaartuigen en 13 man extra personeel. Met de vaartuigen konden de mariniers de kustplaatsen aan doen die over de weg moeilijk of niet bereikbaar waren.

Op 22 januari 1996 kwam er een einde aan de operationele inzet van de mariniers. Tot 11 april maakte een officier deel uit van de UNMIH-staf.

Democratisering

Corruptie, vriendjespolitiek en politieke moorden waren aan de orde van de dag. Haïti stortte zich eind jaren ’80 van de twintigste eeuw in een moeizaam en onzeker democratiseringsproces. Dat liep in december 1990 uit op de verkiezing van de linkse priester Jean-Bertrand Aristide tot president. Met zijn eigenzinnige democratiserings- en hervormingsbeleid joeg deze de zittende elite tegen zich in het harnas. Het leger onder bevelhebber Raoul Cedras zette Aristide in oktober 1991 af.

Handelsverbod

De VN-Veiligheidsraad kondigde op 16 juni 1993 een handelsverbod af. In juli 1994 riep de raad de lidstaten op de terugkeer van Aristide desnoods met geweld af te dwingen. Enkele uren voordat een multinationale troepenmacht tot actie over zou gaan, wisten Amerikaanse onderhandelaars echter een akkoord met de Haïtiaanse machthebbers te bereiken.

VN-missie

De troepenmacht maakte, nadat de rust enigszins was hersteld, plaats voor de United Nations Mission in Haïti (UNMIH). De nieuwe missie moest:

  • toezien op de handhaving van de interne stabiliteit en veiligheid in Haïti;
  • buitenlandse functionarissen en belangrijke installaties beschermen;
  • de autoriteiten steunen bij het scheppen van de juiste voorwaarden voor vrije en eerlijke verkiezingen;
  • helpen bij het professionaliseren van de strijdkrachten.