Duur missie: 11 augustus 1993 – 16 januari 1995
Aantal militairen: 24
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen

De Portugese kolonie Mozambique werd op 25 juni 1975 onafhankelijk. De voormalige bevrijdingsbeweging Frelimo nam het bestuur op zich. De economie stortte echter in elkaar na de vlucht van honderdduizenden Portugezen. Die hadden in de koloniale samenleving het hoge en middenkader gevormd.

Nederlands aandeel in United Nations Operation in Mozambique (UNOMOZ)

De VN-Veiligheidsraad besloot op 16 december 1992 de uitvoering van het vredesakkoord te steunen. De raad richtte hiervoor de United Nations Operation in Mozambique (UNOMOZ) op. De coördinatie van de humanitaire aspecten van de operatie werd belegd bij het United Nations Office for Humanitarian Assistance Co-ordination (UNOHAC).

Mijnen vormen struikelblok

Het doel van UNOHAC was verzoening tussen de verschillende (bevolkings)groepen te bevorderen en de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden te ondersteunen. De 2 miljoen landmijnen die verspreid lagen over het hele land vormden een struikelblok. Mozambique moest echter op langere termijn zelf verantwoordelijk worden voor het mijnenruimen. De VN besloten een Mozambikaanse organisatie op te richten die dit probleem moest aanpakken. Er werd een mijnenschool opgericht om de binnenlandse mijnenruimers op te leiden.

Nederlandse mijneninstructeurs

De Nederlandse regering kreeg op 24 juni 1993 het verzoek van de secretaris-generaal van de VN om een bijdrage te leveren aan het ruimen van de landmijnen in Mozambique. Nederland stelde daarop een groep van 11 genisten als mijneninstructeurs beschikbaar voor de duur van 1,5 jaar. De oprichting van een Mine Clearance and Training Centre (MCTC) bleek echter gevoelig te liggen in Mozambique.

Mijnenschool

Frelimo en Renamo keurden pas op 2 november 1993 de oprichting van een MCTC goed. Inmiddels waren op 11 augustus 1993 al 2 Nederlandse kwartiermakers naar Mozambique vertrokken. Eind november stelden ook Bangladesh en Nieuw-Zeeland personeel beschikbaar. Hierna stemde de Nederlandse regering in met het vertrek van de overige 9 Nederlanders in december.

570 Mozambikaanse mijnenruimers

De mijnenschool kwam op een locatie in de omgeving van de stad Beira. Begin augustus verplaatste UNOMOZ de school naar het afgelegen plaatsje Tete in het binnenland. Doordat de logistieke ondersteuning van UNOMOZ ernstig tekort schoot, kon de eerste cursus pas op 3 april 1994 van start gaan. Het streven was in 8 maanden minstens 450 Mozambikanen op te leiden. Uiteindelijk volgden 570 Mozambikanen een opleiding tot mijnenruimer.

Bevrijdingsbewegingen

De toestand verergerde door het radicale marxistisch-leninistische beleid van Frelimo. Renamo was een van de bevrijdingsbewegingen die zich niet bij Frelimo had aangesloten. Deze verzette zich met Zuid-Afrikaanse steun tegen de nieuwe machthebbers. Renamo wist grote delen van het binnenland te veroveren.

Omslag

Eind jaren ’80 was er sprake van een omslag. Frelimo koos voor invoering van de markteconomie en de meerpartijendemocratie door het onafwendbare economische bankroet van Mozambique. Frelimo en Renamo voerden sinds 1988 vredesonderhandelingen die een einde aan de zich voortslepende burgeroorlog moesten maken. Deze resulteerden op 4 oktober 1992 in een Algemeen Vredesakkoord.