Duur missie: 9 juni 1991 – 10 november 1998
Aantal militairen: 14
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen
Op 2 augustus 1990 viel Irak buurland Koeweit binnen. Diezelfde dag nog eiste de VN-Veiligheidsraad de onvoorwaardelijke terugtrekking van het Iraakse leger. Enkele dagen later kondigde de raad een handelsembargo af. In de daaropvolgende maanden vergrootte een coalitie van meerdere landen haar militaire slagkracht in de regio, hoofdzakelijk in Saoedi-Arabië en de Perzische Golf. De Verenigde Staten voerde dit verbond aan.
Nederlands aandeel aan UNSCOM
Nederland was 1 van de 20 landen die deelnamen aan UNSCOM. De commissieleden, onder wie de Nederlander A.J.J. Ooms, speelden een actieve rol in de onderhandelingen met hoge Iraakse functionarissen over ontwapening.
NBC-specialisten
De inspectieteams bestonden uit specialisten uit de VN-lidstaten, uit leden van de commissie zelf en uit medewerkers van het VN-secretariaat. Het Nederlandse ministerie van Defensie stelde tussen juni 1991 en november 1998 14 specialisten ter beschikking op het gebied van nucleaire, biologische en chemische oorlogvoering. Dat was telkens voor periodes van 2 tot 7 maanden. Het waren officieren en onderofficieren van de landmacht en de luchtmacht. Luitenant-kolonel Cees Wolterbeek werd zelfs meerdere malen te werk gesteld bij UNSCOM. Hij fungeerde onder meer als hoofd van de Chemical Destruction Group van UNSCOM van 28 juni 1993 tot 27 februari 1994.
Desert Storm
Irak trok zich ondanks het machtsvertoon niet terug uit Koeweit. Daarom machtigde de Veiligheidsraad op 29 november 1990 het gelegenheidsverbond om Irak desnoods met geweld uit Koeweit te verdrijven. De vredesafdwingende operatie Desert Storm ging van start in de nacht van 16 op 17 januari 1991. Na een wekendurende periode van bombardementen begon op 23 februari een korte grondoorlog. Die was na 100 uur al weer voorbij was. Het Iraakse leger werd verpletterend verslagen en uit Koeweit verdreven.
Vredesregeling
De internationale gemeenschap legde na de oorlog een vredesregeling op. Hiermee bepaalde de VN-Veiligheidsraad op 3 april 1991 onder meer dat Irak zich moest houden aan alle internationale verdragen die de productie en het gebruik van nucleaire, chemische en biologische wapens verboden. Ook moest het land zich onderwerpen aan strenge beperkingen voor het bezit en de ontwikkeling van langeafstandsraketten.
Internationaal toezicht
Feitelijk plaatste de internationale gemeenschap Irak hiermee onder internationaal toezicht. 2 instanties hielden het land nauwlettend in de gaten. Het International Atomic Energy Agency (IAEA) zag toe op het nucleaire deel van de bepalingen. Een nieuw opgerichte United Nations Special Commission (UNSCOM) concentreerde zich op de vernietiging van Iraks biologische en chemische wapens en rakettechnologie.