United Nations Transition Assistance Group (UNTAG)

Duur missie: 23 maart 1989 – 11 april 1990
Aantal militairen: 89
Dodelijke slachtoffers: geen
Dapperheidsonderscheidingen: geen

In 1920 verleende de Volkenbond Zuid-Afrika het mandaat over de voormalige Duitse kolonie Zuid-West Afrika. Zuid-Afrika probeerde daarna hardnekkig de voormalige kolonie als provincie in te lijven. De Algemene Vergadering ontnam Zuid-Afrika daarom in 1966 het mandaat over Namibië, zoals Zuid-West Afrika inmiddels werd genoemd.

Nederlands aandeel aan UNTAG

De Nederlandse regering was bereid 30 politieagenten te leveren. Vanwege de reorganisatie van het Nederlandse politieapparaat moest het daarvoor een beroep doen op de Koninklijke Marechaussee.

Ontplooiing

De eerste marechaussees kwamen aan in maart 1989. Ze werden op de dag dat het staakt-het-vuren moest ingaan (1 april), geconfronteerd met een inval van strijders van de South West Africa People’s Organization (SWAPO) vanuit Angola. Deze ontwikkeling bepaalde voor een groot deel de ontplooiing van de politiewaarnemers. Besloten werd het merendeel in het noorden van Namibië te concentreren, waar 70% van de Namibische bevolking woonde.

Extra marechaussees

Op verzoek van de VN-secretaris-generaal besloot Nederland in juni 1989 het contingent met 27 marechaussees uit te breiden. UNTAG had daarmee genoeg agenten om ook de zuidelijke bureaus beter te bemannen. CIVPOL opereerde vanaf dat moment in 7 politiedistricten, verspreid over 49 politiebureaus.

Toezicht op ordehandhaving

De politieambtenaren zagen erop toe dat de South West African Police (SWAPOL) de orde en het gezag efficiënt, professioneel en onpartijdig handhaafde. Het politiekorps in Namibië was door Zuid-Afrika opgezet en stond nog onder zijn invloed. De marechaussees gingen, samen met collega’s uit andere landen, regelmatig als waarnemer met SWAPOL op patrouille. Zij waren graag geziene gasten omdat zij zich tegenover Zuid-Afrikanen verstaanbaar konden maken.

Burgers

De handen van CIVPOL waren over het algemeen behoorlijk gebonden. Burgers konden wel klachten indienen over de SWAPOL, maar na een onderzoek hield het voor CIVPOL veelal op. De VN-politieambtenaren hadden geen arrestatiebevoegdheden en konden het functioneren van SWAPOL alleen indirect beïnvloeden.

Toezicht

CIVPOL hield vanaf juni 1989 ook een oogje in het zeil op de terugkeer van vluchtelingen, de kiezersregistratie die op 3 juli startte, en op verkiezingsbijeenkomsten. Ruim 1.000 CIVPOL-agenten werden tussen 7 en 11 november vrijgemaakt om toezicht te houden op de verkiezingen. Samen met meer dan 1.700 andere internationale waarnemers.

Bevrijdingsbeweging

Intussen verzette de bevrijdingsbeweging in dit gebied, de South West Africa People’s Organization (SWAPO), zich met geweld tegen de voortdurende Zuid-Afrikaanse inlijvingspogingen. De strijd tussen Zuid-Afrika en SWAPO laaide in de eerste helft van de jaren ’80 op. Zeker doordat Namibië werd meegetrokken in de strijd tussen de grote mogendheden om invloed in zuidelijk Afrika. Zo verleenden Cubaanse troepen in Angola steun aan SWAPO, die in dit land al beschikte over trainingskampen en uitvalbases.

Oprichting UNTAG

Op 2 december 1988 spraken Zuid-Afrika, Angola en Cuba af dat de Cubaanse troepen zich uit Angola zouden terugtrekken. Zuid-Afrika zou zich vervolgens uit Namibië terugtrekken. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties haalde een plan uit 1978 uit de kast. Dat voorzag in de oprichting van de United Nations Transition Assistance Group (UNTAG). UNTAG kreeg 12 maanden om Namibië naar vrije verkiezingen en onafhankelijkheid te begeleiden.

De vredesmacht telde uiteindelijk 1.500 politiewaarnemers (Civilian Police: CIVPOL), 4.500 militairen en 2.000 burgers.